De Fontein Kerstnacht 2011

overdenking  van ds Ynte de Groot over Lucas 2: 1-20
 

Wij zijn hier bijeen in het donker van deze avond, omdat we hopen op licht. Wij zijn in de Kerstnacht samen om te zingen, te luisteren en te bidden. Natuurlijk houden we van de sfeer van Kerst. Maar daarin huist ook verlangen om iets mee te krijgen, om een glimp op te vangen van een geheim dat groter is dan ons leven.

Toch voel ik een zekere aarzeling. Want we vieren al zó lang Kerst, dat je je kunt afvragen wat het allemaal te maken heeft met de werkelijkheid waarin we leven. Is Kerst méér dan een feest van vrome wensen en mooie gedachten? De engelen zongen van vrede op aarde, maar wat betekent dat voor de mensen in Irak, Syrië of Afghanistan, voor de slachtoffers van natuurgeweld of seksueel misbruik, voor ál die mensen die met moeite het hoofd boven water houden? Zingen van het Kind dat geboren is, is verwarmend – maar we weten toch in wélke wereld Hij geboren is. En hoe op zijn boodschap is gereageerd… En hoe zijn woorden nog stééds geen gehoor vinden – althans niet zó dat de mensen er werkelijk door veranderen.

Toch is het Kerstevangelie niet wereldvreemd. Het speelt in een wereld die pijnlijk vertrouwd is. Keizer Augustus met zijn decreet lijkt sprekend op al die wereldleiders die maar hoeven te kikken om hele volksstammen op de been te brengen of op de vlucht te jagen, maar die tegelijk niet in staat blijken echte stappen te zetten om de aarde veiliger, schoner en rechtvaardiger te maken. En het ongastvrije Bethlehem doet denken aan de mensen die doen alsof de problemen van de samenleving en de economie zijn opgelost als we de deuren sluiten en het huis vol verklaren.

Het Kerstevangelie is juist bestemd voor gewone mensen die zich een speelbal voelen van het leven: geïntimideerd door alle grote monden, door alles wat hen overkomt waarop zij maar nauwelijks invloed hebben. De boodschap van Kerst is, dat juist in hun leven iets nieuws kan gebeuren, iets dat hen op de been helpt en in beweging zet.

Dat is zo ongehoord en nieuw, dat het wel van God moet komen. Om dat te onderstrepen voert Lucas, de schrijver van het Kerstevangelie, een paar keer een engel ten tonele. Niet om ons te verplaatsen naar een ongeloofwaardige sprookjeswereld, maar om duidelijk te maken dat de beweging die mensen op de been helpt van God uitgaat. We hebben dat nieuwe niet zelf bedacht, maar het komt tot ons van elders: als een droom die hoop wil geven, als een visioen dat ons in beweging wil zetten, als een gewekt verlangen dat inspireert.

Wat die engelen ook duidelijk maken, is dat de God waarvan zij spreken niet met macht in de wereld ingrijpt. De God van het Kerstevangelie is geen mannetjesputter, die is te vergelijken met keizers en politici. Deze God komt tot ons in een Kind. Hij regeert met een weerloos woord van vrede en liefde. Hij doet van zich spreken. Hij is een stem in het aardse gebeuren die mensen raakt, een boodschap die mensen inspireert, Hij komt tot de mensen als een appèl, dat hoop wil wekken en het geweten wil scherpen.

Onze cultuur is door die boodschap goddank nog steeds beïnvloed. Er zijn binnen en buiten de kerk tal van mensen en organisaties die zich laten raken door het lot van anderen. Die b.v. in de Open Hof en de Voedselbank opkomen voor wie uit de boot dreigen te vallen, voor wie zichzelf niet kunnen redden.

Overal waar die stem zo wordt gehoord en vertolkt, wordt het een beetje lichter. Overal waar die boodschap zo gehoor vind, waar het appèl wordt verstaan, verandert er iets, wordt het licht – al is het maar voor even. Dat is niet wereldschokkend of spectaculair. Wie – gelovig of niet – een kaarsje voor een ander aansteekt weet dat. Het verdrijft niet alle duister. Maar in het licht van het evangelie is het wel degelijk van betekenis.

In de kerstnacht straalt het eerste licht in de stal. Maria had de boodschap verstaan: God ziet om naar de wereld, is met de mensen bewogen. En in Maria vindt Gods bewogenheid toewijding. In de donkere wereld van de commanderende keizer en de gesloten herberg schijnt het licht van haar geloof. In de ongastvrije wereld is er een vrouw die het Kind een plaats geeft, al is het slechts in een voerbak. Dat is volgens Lukas een wezenlijk omslagpunt in de geschiedenis. Er zijn mensen die Gods liefde ontvangen en doorgeven; die een plekje vinden voor wie zijn weggeschoven of afgeschreven.

Het tweede licht wordt ontstoken in het hart van de herders. Onbeduidende mensen aan de rand van de samenleving. Ook zij verstaan de boodschap. Een woord dat hen wekt, in hun leven licht ontsteekt en hen op weg zet.

En met Maria en de herders in gedachten nodigt Lucas ook ons uit om op weg te gaan. Om ons niets wijs te laten maken door macht en mooie praatjes. Want er is een Woord dat in ons hart wil klinken en in ons leven gestalte wil aannemen. Niet een macht als die anderen, maar een stem in het aardse gebeuren. Een stem die ons leven terecht wil brengen en er richting aan wil geven.

Hoe het donker eruit kan zien weten wij uit eigen ervaring en uit die van mensen om ons heen. Maar kennen we niet ook dat andere, dat moed kan geven? Horen wij ín de zorg om elkaar, in gedeeld verdriet niet óók een stem opklinken die troost en nieuwe moed geeft om voort te gaan? In al díe dingen wil Gods Woord ook aan óns geschieden. Het kan ons wegvoeren uit het donker en ons in dienst stellen van die andere Koning, die regeert met de overmacht van de liefde en die ons toevertrouwt aan elkaar.