De Fontein zondag 8 januari 2012 - Doopdienst

preek van ds Ynte de Groot over Mattheüs 3: 13-17
 

Afgelopen donderdagmiddag waren wij met twaalf gemeenteleden bij elkaar. Het was in het kader van de ontmoetingsbijeenkomsten onder de titel ‘Dagelijks Geloven’. Het gesprek kwam op de indringende vraag naar het waarom: waarom worden mensen ziek, waarom lijden zij onder natuurrampen, waarom doen zij elkaar vreselijke dingen aan? Waarom zijn er mensen die geen deel van leven hebben, waarom moeten wij mensen verliezen die wij eigenlijk niet kunnen missen? Het was een heel indringende en persoonlijke ontmoeting, maar een antwoord dat bevredigde was er niet. Dat was misschien maar goed ook, want het probleem met antwoorden op de vraag naar het lijden en God is dat je erdoor meestal of wordt opgezadeld met een onbegrijpelijke en grillige God, of dat je achterblijft met lege handen, want wat moet je met een God, die het allemaal ook niet kan helpen?

Dat komt denk ik, omdat veel van de antwoorden die wij kunnen bedenken zijn los geraakt van de oorspronkelijke geloofservaring van mensen. Ik zal proberen uit te leggen wat ik bedoel. Persoonlijk zie ik de bijbel - de bron van ons geloof - als het boek waarin gelovigen hun ervaringen met God hebben opgetekend. De Schrift is de weerslag van een eeuwenlang proces, van een worsteling waarin mensen soms even geraakt werden door het geheim van de Eeuwige. En de bijbel is ons denk ik toevertrouwd om ons in contact te brengen met die geraaktheid, met de zoektocht van eerdere generaties gelovigen, van Israël en van de vroege kerk. Want – zo leert de ervaring – in het zorgvuldig lezen en luisteren ontwaren we soms iets als de stem van God zelf.

Als we de woorden van de Schrift lezen horen we geen eeuwige, onveranderlijke waarheden, maar worden we soms geraakt, aangeraakt, door een geheim dat groter is dan ons denken, voelen en kennen. En - dat geldt althans voor mij - het is het vertrouwen dat God zó gesproken heeft en ook tot ons wil blijven spreken, dat ons telkens weer naar de bijbel doet grijpen en de oude woorden en verhalen doet spellen.

Het probleem is, dat dit vertrouwen, deze hoop dat we soms iets horen en een glimp opvangen, ons niet altijd voldoende is. Wij willen meer dan een vermoeden, meer dan een geheim – wij willen zekerheid en houvast. Dan dreigt de bijbel, in plaats van een bron die ons hart wil laven, tot een boek te worden waaruit leerstellingen worden gedestilleerd en redeneringen afgeleid. En voor je het weet zit je (aan het ene uiterste) met een almachtige, alwetende en alomtegenwoordige God. Of (aan het andere uiterste) met een God die alleen in en door mensen werkt en machteloos moet toezien als die het laten afweten.

Ik denk dat we enorm geholpen zouden zijn als we de bijbel meer onbevangen zouden lezen. Niet als een boek dat verklaart hoe de dingen zitten, maar als een getuigenis dat - in vele toonaarden - probeert een weg te wijzen waarop wij voort kunnen gaan. Zonder wanhopig te worden (of verbitterd en cynisch) door wat het leven kan brengen.

Een voorbeeld (ik haal het wel vaker aan, maar het is denk ik veelzeggend). Wie het scheppingsverhaal leest als een verklaring van hoe de wereld ooit is ontstaan komt al gauw in conflict met wat de wetenschap inmiddels heeft ontdekt - of is gaan vermoeden - over het ontstaan van de aarde en het heelal. Alleen al als je leest dat God volgens Genesis op de eerste dag het licht schept, maar de zon, de maan en de sterren pas op de vierde, kan je als weldenkend mens afhaken. Totdat je bedenkt dat het verhaal niet wil verklaren hoe het ooit begon – laat staan dat in een leer wil vastleggen – maar dat het verhaal een antiheidens getuigenis is in een wereld die zon, maan en sterren als goden vreest en aanbidt. “De zon een god? Ons lot geschreven in de sterren? Kom nou: het zijn lampen die de Eeuwige heeft opgehangen – Hij is de bron van alle licht en niemand anders - ons leven is in zijn hand!”

Genesis, dat begint met de aarde die woest en doods is, met duisternis die over de oervloed ligt, wil niet wedijveren met de wetenschap, maar wil ervan getuigen dat er in vloed en duisternis een stem klinkt die licht en leven brengt. De vloed en de duisternis, de dreiging van dood en ondergang, het wordt niet weggepoetst, alsof het allemaal niet meer bestaat, maar er wordt getuigd van dat ándere: van een Woord dat blijft klinken, scheppen en herscheppen, dat ons aanspoort om gaande te blijven, inspireert om vol te houden dat het leven goed is en zin heeft als het met deze God van licht en liefde wordt geleefd.

Het is déze stem die klinkt als Jezus uit het water opstaat. Mattheüs, de schrijver van het gedeelte dat we lazen, brengt het verhaal van de doop van Jezus in verband met allerlei passages en verhalen uit het Oude Testament. In het voorafgaande had hij Jezus ook al geplaatst in het kader van de geschiedenis van God met Israël. Jezus is deel van die bijzondere ervaringen waarvan de Schrift getuigt. Van verkiezing en verbond, van mislukking en ondergang, van trouw van God door alles heen. In Jezus is heel de geschiedenis van God en de mensen opnieuw aan de orde.

Daarom vertelt Mattheüs van de kindermoord in Bethlehem. Hij roept er het oude verhaal mee op van de Joodse jongetjes, die in de slaventijd in Egypte in de Nijl werden geworpen. Daarom vertelt Mattheüs ook van de vlucht naar Egypte. Hij roept er het verhaal mee op van Mozes die vluchtte voor de Farao. Met het verhaal van de doop van Jezus, van zijn doortocht door het water, roept Mattheüs het verhaal op van de doortocht van Israël door het water op weg naar Beloofd Land. In de stem de in het verhaal klinkt, klinken woorden door die de profeet Jesaja lang tevoren had geschreven.

De weg die de Heer, de God van Israël met zijn volk is gegaan, is de weg die Hij ook met Jezus gaat - en in Hem is het de weg die Hij ook met óns wil gaan. Geweld en ondergang, het dreigende water van de dood, de natuur die soms tot dodelijke vijand wordt – het ligt alles niet achter ons, we zitten er middenin. Maar ín dat alles daalt óók de Geest neer en klinkt die stem: ook jij bent Mijn geliefde kind, ook in jou wil ik vreugde vinden!

Marieke en Harjan, jullie weten uit ervaring dat het leven heel anders kan lopen dan je verwachtte en hoopte. Dat de geboorte van een kind aan de ene kant het gewoonste van de wereld is, maar tegelijk het grootste wonder dat je maar kunt denken. Straks gaan we jullie kindje dopen. In het vertrouwen dat God ook op zijn leven betrokken wil zijn, zijn stem ook in zijn leven wil laten klinken. Antwoorden op de grote vragen van het leven geeft die stem niet – ik denk dat er ook geen antwoorden op die vragen zijn en dat je met de antwoorden die mensen toch menen te hebben niet veel kunt beginnen - maar die stem kan ons mensen wel helpen om te aanvaarden wat het leven brengt, ons te binnen brengen dat we in alle dingen nooit ten diepste verlaten zijn. En die stem kan ons gaande houden in het spoor van Israël, op de weg die Jezus Christus baande door het water van de dood naar het land van Gods Beloften.