De Fontein zondag 15 januari 2012

preek van ds Ynte de Groot overJohannes 1: 35 - 2: 11
 

Op de zondagen na kerst klinken elk jaar drie verhalen. Van de wijzen uit het oosten, van de doop van Jezus in de Jordaan en van de bruiloft in Kana. Ik vind het prachtige verhalen, die duidelijk maken dat er met de komst van Jezus iets nieuws begint dat vreugde wil brengen. Het verhaal van de wijzen vertelt dat zelfs vreemden het belang van Jezus erkennen. Het verhaal van de doop van Jezus vertelt hoe Jezus zijn roeping vindt en op weg gaat. Dat wordt verteld met die duif die zich op Hem zet en de hemelse stem die klinkt. Het verhaal van Kana vertelt dat als Jezus zo zijn weg gaat, dat de vreugde van de wijn betekent, nieuwe gloed waar het leven verdorde.

Toch wringt er iets. Want die vreugde is een aangevochten vreugde. Ondanks die mooie verhalen zijn er nog steeds uitzichtloze conflicten in het klein en het groot, is er natuurgeweld en lijden. Mensen voelen zich eenzaam of worden ziek, hebben verdriet om een breuk of een naderend afscheid, voelen dagelijks de pijn van die ene lege plek.

Het geloof kan dan op twee manieren troosten. Je kunt het gebruiken als een buffer tussen jezelf en de moeilijke dingen van het leven. Je kunt die verhalen lezen om je even af te sluiten van de wereld, om afleiding te zoeken voor je sombere gedachten. Maar het kan ook zijn – en dat hoop ik eigenlijk - dat het geloof een andere functie heeft. Dat je de bijbel niet leest om erbij weg te dromen, maar als bemoedigend en uitdagend perspectief, als inspirerend uitzicht: zó is het bedoeld, tot dít leven worden wij uitgenodigd en zijn wij geroepen. Zó zal het zijn. Verslagenheid, angst, verwarring, agressie, verdriet – alles wat wij om ons heen zien en soms zelf moeten meemaken – het is niet het enige en niet het laatste. Het beginsel dat Jezus in deze harde werkelijkheid gestalte wil geven is vreugde. En Hij hoopt dat ook ons leven in het teken zal staan en in dienst zal komen van dat beginsel. Dat wij in zijn naam vreugde zullen vinden én schenken. Met dit in gedachten wil ik met u kijken naar de lezing van vandaag.

De evangelist Johannes vertelt hoe mensen rond Jezus samenkomen, hoe zij met Hem gaan leven. Het begint met twee volgelingen van Johannes de Doper die achter Jezus aanlopen. Jezus merkt dat, keert zich om en vraagt wat zoeken jullie? De twee antwoorden met een wedervraag: Rabbi, waar verblijft U?

Het is een detail waarover je makkelijk heen leest (zo makkelijk dat de NBV niet met verblijven, maar met logeren vertaalt). Het is de tweede keer dat het woord blijven of verblijven valt in het evangelie naar Johannes. Het is een sleutelwoord. Dat blijkt b.v. in hoofdstuk 15, in het gedeelte over de ware wijnstok. “Een rank kan geen vrucht dragen als zij niet aan de wijnstok blijft. Zo ook jullie niet als jullie niet in Mij blijft - blijft in mijn liefde, zoals Ik in de liefde van mijn Vader blijf”. Dit blijven is een wederzijds verbonden zijn van de Vader en de Zoon en van de Zoon en zijn volgelingen. Het gaat om een innige, mystieke band die God en Jezus verbindt, die ook Jezus en zijn volgelingen verbindt.

Het woord blijven klonk voor het eerst toen Johannes de Doper getuigde dat hij de Geest als een duif zag neerdalen uit de hemel en op Jezus blijven. Het tekende de innige band van Jezus met God. Meteen daarna vertelt het evangelie van de twee leerlingen van Johannes die vragen waar Jezus verblijft. “Kom en zie”, zegt Jezus. Zij kwamen en zagen waar hij bleef en zij bleven bij hem...”

Het patroon wordt zichtbaar: vragend groeit een band met Jezus, die een band met God is. Wie met Christus probeert te leven, wie zijn oriëntatie zoekt in het woord en het werk van Jezus, die ontmoet God zelf, leeft in verbondenheid met God, mag zich bij de Allerhoogste thuis weten, terecht komen.

Dat blijkt ook uit het vervolg van het verhaal. Anders dan de andere evangelisten vertelt Johannes niet dat Jezus zijn leerlingen roept, maar dat mensen Hem vinden. “Andreas vond zijn broer Simon Petrus en zei: Wij hebben de Messias gevonden”. Vervolgens vindt Jezus Filippus, die daarna Nathanaël vindt.

Jezus volgen doe je dus niet op gezag, maar omdat je gevonden bent. Omdat je ervaart dat het goed is om bij Hem, in zijn spoor te leven. Dat je bij Hem thuis komt en niet meer doelloos hoeft rond te lopen, maar een weg hebt om te gaan.

Het mooie daarbij is, dat zij die Jezus ontmoeten Hem allemaal ánders ervaren. Zij gebruiken in elk geval allerlei verschillende titels en benamingen voor Hem. Er klonken er vanmorgen maar liefst 10: Lam van God, Rabbi, Meester, Messias, Christus, hij van wie Mozes (…) heeft gesproken, zoon van Jozef, Zoon van God, Koning van Israël, Mensenzoon. Ieder noemt Hem anders. Mensen zijn verschillend, leven met verschillende vragen en dús betekent Jezus voor ieder mens iets anders. Mensen die met Jezus willen leven worden niet gedwongen in het keurslijf van een belijdenis, maar zij mogen Hem kennen in alle veelkleurigheid. Het voorbeeld van het evangelie helpt ons om elkaar ruimte te geven om verschillend over Jezus te denken en te spreken. Jezus volgen is niet geloofswaarheden nazeggen, maar het is met Hem leven zoals je Hem ontmoet hebt. Jezus volgen is: zijn betekenis voor jouw bestaan ervaren en daaruit handelen.

Zo komt een bonte stoet mensen, met Jezus in het midden, aan in Kana bij het feest. Het is - schrijft Johannes - de derde dag. Volgens Genesis 1 de dag waarop God de wateren verzamelde tot zeeën, zodat een begaanbare, leefbare aarde ontstaat. Op de derde dag wordt de macht van het water, van de dood ingeperkt, zodat wij kunnen leven. De derde dag is dus eigenlijk al van den beginne opstandingsdag. Het is ook de dag waarop de aarde volgens Genesis groen en vruchten voortbrengt. In Kana is het de dag waarop het water de vrucht van de wijnstok draagt. Volgens Genesis 1 is de derde dag de enige waarop God tweemaal ziet dat het goed is. Daarom is in Israël de derde dag van de week de dag bij uitstek om te trouwen. Dat blijkt ook in Kana. Daar wordt het water bezield tot wijn. Dít bedoelde Johannes de Doper toen hij zei dat de Komende niet met water zou dopen, maar met de heilige Geest.

"Dit was het eerste van Jezus' tekenen" zegt de evangelist erover. Hij gebruikt het woord Arche, dat begin of beginsel betekent. Met dat woord was het evangelie ook begonnen: In den beginne was het Woord ... In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen. De vreugde van Kana is niet bijkomstig, maar kenmerkend voor de komst van Jezus. Kana zet de toon voor heel zijn optreden, voor het bestaan van allen die Hem willen volgen. De vreugde van Kana laat zien hoe het licht der mensen doorbreekt. Zo is het bestaan bedoeld, van den beginne.

Elke zondag lezen wij hier uit de Schrift. Verhalen die ons willen bemoedigen, scherpen en gaande houden op de weg van de navolging. Niet om een gelijk te bewijzen. Want de waarheid van het christelijk geloof is niet onweersproken en de werkelijkheid van Gods heerschappij ligt er in de wereld niet dik bovenop. We blijven óók weten van machten die van de liefde van God níet willen of kunnen weten; we kennen ook mensen die hun bestemming níet vinden; we weten (ook uit eigen ervaring) dat vreugdeloosheid soms de dienst uitmaakt. Maar we blijven die oude verhalen lezen en we proberen telkens opnieuw in de buurt te komen of te blijven van het geheim dat Jezus voor ieder van ons wil belichamen: vreugde, gezien zijn, gevonden worden – en: op weg gezet naar elkaar.