Een nieuw klooster in Syrië

In het noordoosten van Syrië nabij de stad al-Hassake werd op 15 augustus (Maria Hemelvaart) een nieuw klooster van de Syrisch Orthodoxe Kerk gewijd. Het klooster is gewijd aan Maria en wil een spiritueel centrum zijn en een plaats waar de Syrisch Orthodoxe traditie wordt gekoesterd en doorgegeven. Ds Ynte de Groot vertegenwoordigde de Samen op Weg kerken bij deze gebeurtenis.

Grote belangstelling

Ruim 5000 plastic Hartmanstoeltjes staan in het gelid op het terrein naast het nieuwe klooster rond een geïmproviseerd podium met een altaar erop. Een zee van plastic in een verder vrijwel leeg landschap. Op het altaar zal de patriarch van de Syrisch Orthodoxe Kerk, Mor Ignatius Zakka I Iwas, straks een mis opdragen. Daarmee zal het klooster zijn ingewijd. Slechts enkele uren voor aanvang van de plechtigheid wordt een deel van het terrein nog van een nieuwe bovenlaag voorzien. Vrachtauto's, een asfalteermachine en twee walsen grommen op het heetst van de dag over dampend asfalt. Inmiddels begint ook de stoom belangstellenden op gang te komen. Minibusjes, het regionale openbaar vervoer, rijden af en aan. Hele families tegelijk stappen uit, gewapend met waterflessen en koeltassen, om de brandende zon te trotseren. Uiteindelijk zijn er zo'n 15.000 mensen bijeen. Voornamelijk gelovigen uit de streek zelf - de meeste christenen van Syrië wonen in het noordoosten. Maar er zijn ook delegaties uit Turkije en Libanon. Ook uit Europa en Amerika zijn Syrisch Orthodoxen naar hun oude vaderland overgekomen om dit voor de Kerk heugelijke gebeuren mee te vieren. Uit de omgeving Hengelo-Enschede-Gronau is een groep van 40 pelgrims gekomen onder leiding van bisschop Mor Julius Çiçek van het klooster Mor Efrem uit Glanerbrug.

 

Vertegenwoordiging

Gespannen staat de bisschop temidden van een tiental ambtsbroeders op het bordes van het klooster. In de verte zien we de auto's van het gezelschap van de patriarch naderen. Nog snel worden Uli Ruck en ik naar de eerste rij gedirigeerd. Als de patriarch uitstapt snelt het gezelschap naar voren. Naast de oprijlaan wordt ter ere van het hoge bezoek een schaap geslacht, vrouwen juichen met hoog keelgeluid, een drumband zet oorverdovend in.

 

Uli is predikant van de Evangelisch-Lutherse kerk van Blaubeuren (Duitsland), die een gemeentecontact met het bisdom Hassake onderhoudt. Hij en een diaken zijn naar de feestelijkheden afgevaardigd. Douwe-Anne, mijn partner, en ik vertegenwoordigden de Nederlandse Samen op Weg Kerken. Wij horen gevieren bij de weinige niet Syrisch Orthodoxe gasten. Er wordt merkbaar hoge prijs gesteld op onze komst. We worden met alle egards behandeld en wij laten het ons alles waardig aanleunen: de mooie kamer naast die van de aartsbisschoppen van Turkije, de ereplaatsen aan de tafel, de stoelen op de eerste rij in de viering. Bisschop Mor Eustathius Matta Roham, de bouwheer van het klooster, stelt ons aan elke andere gast van enige betekenis voor. En allemaal zijn ze gekomen. Niet alleen de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, maar ook de gouverneur, de hoofden van de diverse inlichtingendiensten, een minister en de voorzitter van de regerende Ba'at-partij. Matta Roham geniet er zichtbaar van. Hij is blij dat het betrekkelijke isolement, waarin dit deel van de Kerk zich normaal bevindt, even is doorbroken.

Oecumenisch

Als vertegenwoordigers van het Europeese protestantisme voelen we ons beslist geen vreemde eenden in deze Orthodoxe bijt. Dat zal te maken hebben met het feit, dat de Syrisch Orthodoxen - meer dan b.v. Orthodoxen in Oost Europa - open staan voor oecumenische contacten. Hoewel er tussen Syrisch Orthodoxen en Protestanten diepgaande theologische verschilpunten zijn, staat dit hartelijke betrekkingen op kerkelijk terrein niet in de weg. Misschien heeft dat te maken met het feit dat de Syrisch Orthodoxen eeuwenlang zelf door de kerkelijke machthebbers van Byzantium als ketters werden beschouwd. Daardoor heeft deze kerk zich altijd in een minderheidspositie moeten handhaven en is zij nooit twee handen op één buik geweest met koning of keizer. Een dergelijke geschiedenis maakt trots en bescheiden tegelijk en leert zien waarop het werkelijk aankomt.

 

Syrisch Orthodoxen in Turkije en Syrië

Niet zo ver van het nieuwe klooster ligt Tur Abdin ('Berg van de dienaren'). Deze streek is vanouds hét centrum van kloosterleven in de regio. Maar Tur Abdin ligt aan de andere kant van de grens met Turkije. En de verhouding tussen Syrië en Turkije is al jaren gespannen, zodat het niet altijd eenvoudig is de grens over te steken. Bovendien zorgde de strijd tussen de Koerdische PKK en het Turkse leger voor onveilige situaties. Het is de Kerk in Turkije de laatste decennia - mede door deze politieke onstabiliteit - erg slecht gegaan. Van de twintig kloosters die er vijftig jaar geleden nog bloeiden, zijn er nog maar vier bewoond.

De christenen in Syrië verging het de laatste jaren beter. Vorig jaar, tijdens mijn studieverlof, kwam ik voor het eerst uitgebreider met ze in aanraking. Veel aandacht wordt gegeven aan de viering van de liturgie en aan de overdracht van de taal en de liturgie aan de volgende generatie. Bij vrijwel elke kerk is een kerkelijke school gevestigd die daarvoor zorg draagt. Maar er wordt op deze scholen niet alleen les geven in Suryoyo en liturgie; er zijn ook computerklassen waar Windows, Word en Office geleerd wordt aan jonge kinderen. Ook zijn er vanuit de Kerk enkele naaiateliers opgezet. Veel vrouwen die in de zomer op het land werken zitten in de winter zonder werk. Via zo'n naaiatelier wordt het inkomen wat aangevuld. En er is een bloeiende christelijke padvindersgroep met maar liefst 400 leden, die er enkele enthousiaste drumbands op na houdt.

 

Christenen in Syrië

Syrië staat in het westen niet bepaald bekend als een democratie. Het land kende sinds de onafhankelijkheid van 1946 een tiental militaire coups. Sinds 1971 werd het land met straffe hand geleid door een bewind onder leiding van president Assad. Hij overleed dit voorjaar en werd opgevolgd door zijn zoon Bashar. De verwachting is, dat die het beleid van zijn vader in hoofdzaak zal voortzetten. Toch geniet de christelijke Kerk in Syrië een relatieve vrijheid. Ongeveer 86% van de bevolking van Syrië is moslim. Een vijfde daarvan hoort tot islamitische minderheden als shi'iten, druzen en alewiten. Deze minderheden kennen een redelijke mate van godsdienstvrijheid. Het feit dat de presidentiële familie zelf tot de alewitische minderheid behoort zal daaraan niet geheel vreemd zijn. De christenen in Syrië, die naar schatting 13% van de bevolking uitmaken, profiteren van de vrijheden op godsdienstig gebied. Hierdoor is het -anders dan in b.v. buurland Turkije- in Syrië wel mogelijk om nieuwe kerken en kloosters te bouwen. Die godsdienstige vrijheid heeft wel zijn prijs. In een land als Nederland kan de Kerk, als zij zich daartoe geroepen voelt, vrijelijk kritisch spreken over overheidsbeleid en wetgeving. In Syrië kan de Kerk zich een kritische houding veel minder veroorloven. Elke bisschop en priester is toch een beetje burgemeester in oorlogstijd en dat is, kort gezegd, een lastige positie.